Of ik dit weekend naar Parijs ga om een gezellig hapje te eten in een gemoedelijke bistro in de buurt van de Place de la République? Om daar met wat vrienden onder het genot van gastronomische lekkernijen te gissen naar de identiteit van de donor die aan onze premier en zijn Argentijn een van haar eicellen geleverd heeft voor het in elkaar flansen van hun liefdesbaby? Ik weet nu al dat ik het begrip ‘in elkaar flansen’ niet mag gebruiken aan de tafel vol rugtasboomers. Daar word ik zeker door wat lichtgeraakte oma’s op aangesproken. Terwijl ik het alleen maar zeg om de discussie te openen. Om een beetje te woelen voor we grijs en gezapig vastroesten in de poel vol veel te veel begrip.
Ik vraag me af of ze een eicel van een slimme schele pukkelnicht hebben gekozen of voor die van een minder slim catwalk-model? Gaat het mij eigenlijk aan? Nee!
Die discussie gaat wat mij betreft verder niet over de twee zwangere nichten en hoe ze dat geregeld hebben. Ook niet over al die ongeletterde zolderkamerterroristen die die twee jongens via hun laffe toetsenbord het meest verschrikkelijke toewensen. Ook niet over de vraag of Chris Stoffer van de SGP aan Jetten binnenkort een rompertje cadeau doet waarop staat dat god van iedereen houdt. Maar wel om het gedoe om de zwangerschap heen in het huidig tijdsgewricht. Dat blije wapperen met die echo. Al die details die mij als buitenstaander helemaal niks-nul-nada aangaan.
Mijn vrouw fluisterde mij ooit op een oudejaarsavond om precies twaalf uur in mijn oor dat ze sinds die middag zeker wist dat ze zwanger was. Kruidvattestje gedaan. Weken later deelden we dit met ouders, broers, zusjes en een handvol vrienden, die negen maanden later een geboortekaartje kregen. Daarop stond dat het een jongen was geworden. Dat hoorden wijzelf ook pas bij de bevalling. Gruwelijk ouderwets.
Maar nu wordt door ieder doorzonstel na het eerste condoomloze wipje al op Instagram gefluisterd dat ze bezig zijn om samen zwanger te worden. Als dat eenmaal gelukt is wordt dat via de socials de wereld in gegalmd, waarna zowel de vader als de moeder een feestje aangeboden krijgen van hun vrienden. Een soort bachelor met bij de mannen veel drank en bij de vrouwen biologisch perensap. Daarna wordt iedere lettergreep van de verloskundige en/of de huisarts gedeeld in de speciaal voor de baby aangemaakte appgroep en bij elke mededeling van de aanstaande mama tingelt je mobiel een keer of honderd omdat alle deelnemers enthousiast met een smiley reageren.
Dan komt nog de gender reveal party waarbij een roze of een blauwe taart wordt aangesneden. De bakker weet het geslacht eerder dan de ouders. Bij beide kleuren gaat iedereen juichen. En de ouders roepen sowieso dat het ze niks kan schelen wat het wordt. Als het maar gezond is….
Uiteindelijk komt de baby en wordt de appgroep een jaar of vijf overspoeld met vertederende foto’s en ontroerende filmpjes vol Artis, geitenboerderijen en verjaardagspartijtjes. Mijn vraag is of dat doorlopende gefilm op den duur goed is voor die kleintjes. Hoe schadelijk is een overdosis aan aandacht? Misschien moeten we dat maar eens aan Gordon vragen.
Maar of we dit weekend een onschuldige discussie over dit onderwerp kunnen voeren in Parijs? Ik vrees het ergste. Waar kan je nog wel rustig praten? Kyiv? De westelijke Jordaanoever? Belgrado? Soedan? Congo? Eritrea? Jemen?
Op Tuvula! Die hebben namelijk een nieuwe bondscoach. De Nederlander Robert Maaskant. En nou maar hopen dat hij binnenkort met hulp van de criminele schoonzoon van Trump de selectie van het inmiddels zwaargestrafte Manchester City kan kopen. En dat hij daarmee in 2030 wereldkampioen wordt. Met dat kleine eilandje uit de Polynesische archipel. Waarom dat leuk is? Omdat dat eilandje volgens deskundigen rond 2050 verzwolgen wordt door de oceaan. Dan is deze wereldkampioen nooit meer te verslaan. Daarna mag de rest van de wereld weer verder moorden en branden. En miljoenen foto’s maken van pasgeboren baby’s.