Vorig jaar had mijn Amsterdamse vriend Boris zich tijdens de jaarwisseling voor de zoveelste keer laten aftroeven door zijn overbuurman, een vastgoedproleet met zijn SUV, zijn jonge botoxteefje met Donald Ducklippen en Pluto-wenkbrauwen en hun niet al te goed gelukte zoontjes. Deze buurman stak toen in het bijzijn van een stuk of vijftig bronstige lawaaivrienden veertig kilo Zweedse lawinepijlen, een dozijn tweedehands Servische strijkers en een kleine container Albanese oorlogscobra’s af. Dat deed hij op een manier die niet zuinig was. De ruiten trilden in de sponningen, angstige honden huilden zich schor en sommige buitenmuren vertoonden Groningse aardbevingsscheuren. Alle schade werd later door de overbuurman vergoed. De buurman had als huisjesmelker een Poolse beunhaas in dienst die alles netjes dicht smeerde en van een nieuw verfje voorzag. Voor de hele straat was iedere jaarwisseling een win-winsituatie.
Vijf jaar geleden was de overbuurman daar komen wonen en ieder jaar was zijn oud & nieuwgedrag ordinairder geworden. Bij elke dreun van een krachtiger stuk buskruit begonnen de vader en zijn zoontjes overdreven te lachen. Ze genoten vooral van de opgeschoten buurtjochies die jaloers toekeken. Niet alleen de jochies, maar ook hun vaders loerden vol afgunst naar de ieder jaar harder klinkende ontploffingen.
Vorig jaar op nieuwjaarsdag wist hij: het is genoeg geweest. De buurman had weer alle aandacht getrokken en gekregen terwijl hijzelf met zijn veiligheidsbril van de Action wat natte sterretjes en ander suf sierspul in de hens had staan steken.
Dit jaar had Boris in augustus al een plan gemaakt. Via een Chinese zakenrelatie had hij zich laten voorlichten wat het beste spul was en waar hij dat kon bestellen. Van de Chinees kreeg hij obscure websites, mysterieuze adresjes in Belgische achterbuurten, een meneer met een bijnaam in een Brabants woonwagenkamp en het telefoonnummer van een bescheiden doorzonwoning in Weesp waar 1000 kilo op hem lag te wachten. Het ging niet om mooi, maar om hard. Keihard. Donbas meets Gaza. Boris zou weer aanzien krijgen in de buurt. Als man. Niet meer die midlife-trut in die gewatteerde bodywarmer met dat kleine hondje.
Afgelopen november stopten de eerste busjes voor zijn huis. Vooral als het donker was. Het was een geheime operatie. Niemand mocht dit weten. Zeker de overbuurman niet. Al gauw lagen zijn schuurtje, de kelder, de logeerkamer en de zolder vol feestmunitie. Hij zweeg tegen zijn vrouw over de uit de hand gelopen kosten, maar het saldo van hun spaarrekening was inmiddels ver beneden het vriespunt.
Afgelopen woensdag was het zo ver. In de loop van de middag sjouwde hij alles doos voor doos naar de gang. Hij wilde iets voor twaalven beginnen. Voordat de buurman begon moest hij meteen de toon zetten. Hij zou in een uur zijn weggeëbde mannelijkheid terugkrijgen. De buurt zou zich ademloos aan zijn onuitputtelijke vuurwerkbron laven. Hij had zich er flamboyant voor gekleed. Hij stond daar als een vuurwerktoreador en werd bijna niet herkend. Zijn vrouw schaamde zich een beetje en zei dat ze binnenbleef. Hij ging zijn gang maar.
Hij opende met de Magnum Triple X Limited. Dat is een heftige dubbele compound met diverse schietrichtingen die de straat in een keer feeëriek verlicht. Met een veilig lont stak hij hem aan. Het ding deed het fantastisch en ging zo tekeer dat hij ervan schrok. De pijlen spoten hoger dan de kerktoren. Dat zag hij niet omdat hij alweer met zijn volgende setje pijlen aan de gang ging. Ook die woeien richting het godshuis en zetten het in een sprookjesachtig licht. Hoe het afliep heeft u op het Journaal gezien. Boris stond verbijsterd aan de grond genageld en heeft geen sterretje meer durven aanraken. Voor hij het wist werd de straat op last van de brandweer ontruimd. De hele buurt stond sprakeloos te janken bij de brandende kerk die zo verschrikkelijk bij de buurt hoorde. Zijn dure vuurwerkvoorraad werd uit voorzorg natgespoten en is verder onbruikbaar. Pas gisteren hoorde hij dat de overbuurman dit jaar niet thuis was. Hij was skiën.