Meer columns

Hooligansjes

Deze weken speel ik met veel vrolijkheid in Carré. Daar ontstond afgelopen woensdag wat oponthoud bij de ingang. Twee blonde kakkutjes wilden naar binnen, maar weigerden aan de controleur hun kaartjes te laten zien.  Hoe konden zij weten dat de om de entreebewijzen vragende mevrouw inderdaad van Carré was? Iedereen kon wel zo’n pakje aantrekken en een scanner in haar hand houden. Daarbij zag de controleur in kwestie er redelijk mediterraan uit. Dus dat pakje zou wel gejat zijn. En die kaartjesscanner zeker. De werkneemster van Carré heeft een cursus gedaan om met dit soort meelijwekkende hooligansjes om te gaan en bleef uiterst kalm. Dat heet professioneel. Maar ze liet het Gooise gajes uiteraard niet binnen. De hockeymeisjes weigerden echter de rij te verlaten en dreigden ondertussen met hun vader die een zeer gerenommeerde advocaat aan de Amsterdamse Zuid-As zou zijn. Die kon ervoor zorgen dat de beroemde theatertempel aan de Amstel binnenkort een schadevergoeding van enkele miljoenen zou moeten betalen. Carré zou daarna voorgoed dichtgaan.

Later hoorde ik dat iedereen in de rij dacht dat dit allemaal bij de voorstelling hoorde. Net als een aantal jaren terug toen ik een accordeonist voor Carré had gezet. Die bleek er later ook bij te horen. Maar dit keer was het allemaal echt. Youpie had hier niets mee te maken.

Het publiek koos ondertussen een andere deur en vermaakte zich kostelijk met de twee verongelijkte corpsballerina’s, die het nog steeds onbegrijpelijk vonden dat de in hun ogen Marokkaanse om hun kaartjes had gevraagd. Waar haalde ze het lef vandaan? Die Marokkanen werkten toch niet? Die hadden toch allemaal een uitkering?

Een vriend van mij heeft er een tijdje naar staan kijken en vond het vooral grappig. Ook hij dacht dat het een door mij verzonnen opmaat voor mijn cabaretje was. Hij vond de twee keurige meisjes trouwens een artistieke voltreffer. Die hadden overduidelijk meer dan toneelschool.

Het hoogtepunt van het toneelstukje vond hij het moment dat een van de blondjes haar telefoon pakte en half huilend een dierbare vriend belde. Ze jammerde tegen hem hoe oneerlijk het was. Dat het onzin was dat ze hun kaartjes moesten laten zien. Dat dat voelde als een motie van wantrouwen. En wat die Marokkanen wel niet dachten? En dat ze al helemaal geen zin meer hadden in de voorstelling van die linkse lul met zijn grachtengordelhumor. Toen ze ophing schetterde ze tegen haar gehoor dat de dierbare vriend haar kwam helpen.

Die liet niet lang op zich wachten. Hij bleek in de buurt te zijn. In een taxi. Hij kwam net met het vliegtuig uit Rome waar hij een soortgenotencongres had bijgewoond. Hij had zijn bruine hemd nog aan. Het was een keurige bal, die overduidelijk niet ontevreden was met zichzelf. Volgens mijn therapeut is dat het ultieme schild tegen chronische onzekerheid.  Hij vroeg aan de dames wat het probleem was en zij legden hem uit dat die ‘asielzoeker bij de deur’ hun heel brutaal om hun kaartjes had gevraagd.

De discussie met de controleur werd ronduit hilarisch. De mevrouw van Carré legde uit dat ze daar alleen stond om kaartjes te controleren en verder niks. Hij bazelde dat hij geen racist was. Zij vroeg of hij naar binnen wilde? Hij moest er niet aan denken. Veel te weinig moslimmoppen.

Zij vroeg hem waarom hij haar geen ‘Marokkaantje’ noemde. Hij was toch stamgast bij die ziekenomroep van Harry Mens? Hij riep dat ook Harry geen racist was. Ze vroeg wat hij kwam doen? Waar hij zich eigenlijk mee bemoeide. Dat wist hij ook niet. Hij wist alleen dat hij geen racist was. Inmiddels gingen de deuren dicht omdat de voorstelling ging beginnen. De dames en de bal bleven eenzaam achter. De controleur bespeurde bij de bal een lichte erectie. Die kwam niet door de dames, maar door het relletje. Ze raadde de drie kakkers aan om ergens een kopje koffie te gaan drinken. Misschien lucht dat op. Een sterke koffie met een lekkere verse moorkop.

 
Website door Just